Ieder kind heeft recht op twee woonadressen, wanneer de ouders gescheiden leven van elkaar

Print

Martin Barto
Posted by Martin Barto at 11:33pm on October 3rd, 2010 

Elke jaar krijgen in Nederland rond 60.000 kinderen te maken met de scheiding van hun ouders. Bijna eenderde van deze groep was niet getrouwd, maar woonde samen. Veel van de kinderen ondervinden problemen vanwege de scheiding. Niet alleen vanwege de onzekerheid die de scheiding met zich meebrengt, maar ook vanwege de conflicten tussen hun ouders die daar soms mee gepaard gaan. Deze conflicten, die vaak worden veroorzaakt door rancune van één of beide ouders naar de andere ouder, lopen soms zo heftig op dat de kinderen worden betrokken in de strijd. De kinderen ondervinden hierdoor ernstige loyaliteitsconflicten. In een aantal gevallen wordt het contact tussen de kinderen en één van de ouders gedurende korte of langere periode door de andere ouder verhinderd. En hier raakt het direct de rechten van het kind.

Kinderen van gescheiden ouders vertonen twee keer zoveel problemen dan kinderen uit “intacte” gezinnen. Ze vertonen op langere termijn meer angstgevoelens, zijn vaker depressief en agressief, vertonen vaker delinquent gedrag, hebben meer sociale problemen, hebben een grotere kans later zelf te gaan scheiden, hebben lagere schoolprestaties en beginnen vaker aan riskante gewoonten (roken, blowen, drinken). Bij kinderen die opgroeien zonder contact met één van de ouders nemen deze problemen zelfs drastisch toe.

Elk kind heeft het recht bij zijn ouders op te groeien en om met beide ouders contact te houden wanneer het van één of beiden gescheiden leeft. Toch wordt dit recht in Nederland niet eerbiedigt. Indien één van de ouders het contact met de andere ouder verhindert, wordt hiertegen niet opgetreden. Sterker nog de ouder die het contact verhinderd wordt hierin zelfs gestimuleerd. Het is evident dat de kinderen en de andere ouder hierdoor ernstig geschaad worden. Hoe komt dit, zult u denken.

In maart 2009 is de wet “Voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding” in werking getreden. Deze wet had tot doel de rechten van het kind te bekrachtigen en gelijkwaardig ouderschap na te streven. In deze wet staat vermeld dat de gezaghebbende ouders de plicht en het recht hebben hun minderjarige kind te verzorgen en op te voeden. Ze hebben de verantwoordelijkheid voor het geestelijke en lichamelijk welzijn en de veiligheid van het kind en het bevorderen van de ontwikkeling van zijn persoonlijkheid. Er staat vermeld dat de ouder verplicht is de banden van zijn kind met de andere ouder te bevorderen. Ouders worden dan ook verplicht om een ouderschapsplan op te stellen waarin praktische afspraken met betrekking tot de zorg en opvoeding staan vermeld. Tot dus ver lijkt alles goed afgedekt. De problemen ontstaan echter bij de naleving van de wet.

Het begrip “hoofdverblijf” speelt hierin een belangrijke rol. Het hoofdverblijf is de verblijfplaats van het kind waar deze staat ingeschreven. Het kind krijgt het hoofdverblijf bij één van de ouders. Maar bij de bepaling van het hoofdverblijf worden door veel instanties meer rechten toegekend aan de ouder waarbij het kind het hoofdverblijf heeft. Hiermee ontstaat rechtsongelijkheid en ontstaat een machtspositie die misbruikt wordt door de ouder waarbij het kind het hoofdverblijf heeft. Bij het verhinderen van het contact met de andere ouder grijpt de politie niet in, want “de kinderen wonen toch daar?”. Strafrechtelijke maatregelen zijn niet mogelijk omdat door de politie geweigerd wordt om aangifte op te nemen of omdat de Officier van Justitie de zaak seponeert. Informatie over het kind van school, huisarts of andere instanties komen niet aan bij de andere ouder want “u hebt niet de dagelijkse zorg over het kind”. Binnen jeugdzorginstellingen wordt veelal geluisterd naar de “verzorgende” ouder waardoor een eenzijdig beeld ontstaat van de werkelijke scheidingsproblematiek. Ook civielrechtelijke stappen leiden nergens toe en werken soms averechts omdat rechters oordelen dat “in het belang van het kind” het beter is om rust te creëren voor het kind en de andere ouder op grotere afstand te zetten. Dwangmiddelen om er voor te zorgen dat het contact met de andere ouder blijft bestaan worden niet genomen, omdat (en dan spreek ik uit eigen ervaring) het “maar enkele keren is voorgekomen en dat daar goede redenen voor waren”. Het gevolg is dat de ouder die het contact verhindert gestimuleerd wordt dit gedrag voort te zetten (wat in mijn geval ook gebeurd is). Het kind ondervindt alleen maar meer loyaliteitsconflicten en onzekerheid en zal de rust die zij nodig hebben dan ook nooit vinden.

Om de gelijkheid tussen ouders te waarborgen dient geen verschil te zijn tussen “hoofdverblijf” en “nevenverblijf”, tussen “verzorgende ouder” en “niet-verzorgende ouder”, tussen “inwonende ouder” en “uitwonende ouder”. Er wordt gesteld dat het begrip hoofdverblijf nodig is vanwege allerlei administratieve zaken die aan het hoofdverblijf zijn gekoppeld, zoals het inschrijven van kinderen in de burgerlijk stand en het uitkeren van kinderbijslag en kindertoeslag. Het kan zijn dat dit praktische problemen oplevert die opgelost dienen te worden, maar deze praktische problemen wegen bij lange na niet op tegen de problemen en vooral het leed die kinderen en ouders momenteel ondervinden bij de frustratie van de zorg en opvoeding.

Dat het anders kan laten onze zuiderburen zien. België is koploper waar het gaat om gelijke rechten in geval van echtscheiding. In België is geen onderscheid tussen hoofdverblijf en nevenverblijf. Daar is de regel dat gezagsco-ouderschap èn verblijfsco-ouderschap het uitgangspunt is. De rechter kan hier niet van afwijken als beide ouders hierom vragen. Zijn beide het niet eens over een verblijfsco-ouderschap, dan zal de rechter eerst moeten onderzoeken of dit toch niet mogelijk is, tenminste als één van de partners erom verzoekt. De rechter dient, in tegenstelling tot in Nederland, gefundeerd af te wijken van gezags- en verblijfsco-ouderschap. Het is dan ook niet voor niets dat bij het merendeel van de echtscheidingen een co-ouderschapregeling is opgemaakt. In Nederland blijft dit bij een schamele 5% hangen. De cijfers alleen al geven aan hoe schrijnend de situatie in Nederland is.

En ook indien de zorg en opvoeding met de andere ouder gefrustreerd wordt, zijn de mogelijkheden om dit aan te pakken groter als er geen onderscheid meer wordt gemaakt in hoofd- en nevenverblijf en de dagelijkse zorg en opvoeding bij beide ouders om te liggen. De politie heeft geen grond meer om de ouder te “steunen” waar de kinderen hun hoofdverblijf hebben, de school, huisarts en andere instellingen dienen beide ouders te informeren en rechters worden gedwongen beide ouders gelijk te behandelen.

En uiteindelijk zijn de kinderen hiermee het meest gebaat. Zij krijgen eindelijk echt het recht bij zijn ouders op te groeien en om met beide ouders contact te houden wanneer het van één of beiden gescheiden leeft.

Laat hier een berichtje achter

Help ons deze zaak op de politieke agenda te krijgen

Doe een donatie

Volg ons op

alt   alt 

Advertentie